ELECTE 4.0 is live — de AI Agent is er.Bekijk wat er nieuw is
Newsletter9 min leestijd

Reguleren wat niet gemaakt wordt: riskeert Europa technologische irrelevantie?

Europa trekt slechts een tiende van de wereldwijde investeringen in kunstmatige intelligentie aan, maar beweert wel de wereldwijde regels te dicteren. Dit is het 'Brussels Effect' - regels opleggen op wereldschaal door middel van marktmacht zonder innovatie aan te jagen. De AI-wet wordt van kracht op een gespreid tijdschema tot 2027, maar multinationale technologiebedrijven reageren met creatieve ontwijkingsstrategieën: bedrijfsgeheimen inroepen om trainingsgegevens niet te hoeven onthullen, technisch conforme maar onbegrijpelijke samenvattingen produceren, zelfbeoordeling gebruiken om systemen te degraderen van 'hoog risico' naar 'minimaal risico', forumshoppen door te kiezen voor lidstaten met minder strenge controles. De paradox van extraterritoriaal auteursrecht: de EU eist dat OpenAI de Europese wetten naleeft, zelfs voor trainingen buiten Europa - een principe dat nog nooit eerder is voorgekomen in het internationaal recht. Het 'duale model' ontstaat: beperkte Europese versies versus geavanceerde wereldwijde versies van dezelfde AI-producten. Reëel risico: Europa wordt een 'digitaal fort', geïsoleerd van wereldwijde innovatie, met Europese burgers die toegang hebben tot inferieure technologieën. Het Hof van Justitie heeft in de kredietscoringszaak de verdediging tegen 'bedrijfsgeheimen' al verworpen, maar de interpretatieve onzekerheid blijft enorm - wat betekent 'voldoende gedetailleerde samenvatting' precies? Niemand weet het. Laatste onbeantwoorde vraag: creëert de EU een ethische derde weg tussen het Amerikaanse kapitalisme en de Chinese staatscontrole, of exporteert ze gewoon bureaucratie naar een gebied waar ze niet concurreert? Voor nu: wereldleider in AI-regulering, marginaal in de ontwikkeling ervan. Uitgebreid programma.

Regolamentare ciò che non si crea: l'Europa rischia l'irrilevanza tecnologica?

Vat dit artikel samen met AI

De Europese AI-wet: tussen transparantie en bedrijfsontwijkingsstrategieën

De Europese Unie heeft een historische stap gezet met de inwerkingtreding van de AI Act, de eerste allesomvattende wetgeving ter wereld over kunstmatige intelligentie. Deze baanbrekende wet, die Europa vooroplopend maakt in de governance van AI, stelt een op risico gebaseerd wettelijk kader vast dat innovatie en de bescherming van fundamentele rechten wil balanceren. Toch is de verordening ook weer een manifestatie van het zogeheten "Brussels Effect" - de neiging van de EU om via de macht van haar markt haar eigen normen wereldwijd op te leggen, zonder daarbij noodzakelijkerwijs de technologische innovatie aan te sturen.

Terwijl de VS en China de ontwikkeling van AI leiden met massale publieke en private investeringen (respectievelijk 45% en 30% van de wereldwijde investeringen in 2024), heeft Europa slechts 10% van de wereldwijde investeringen in AI aangetrokken. In reactie hierop probeert de EU haar technologische achterstand te compenseren met regelgeving, door normen op te leggen die uiteindelijk het hele wereldwijde ecosysteem beïnvloeden.

De centrale vraag is: creëert Europa een omgeving die verantwoorde innovatie bevordert, of exporteert het simpelweg bureaucratie in een sector waarin het niet kan concurreren?

De extraterritoriale dimensie van Europese regelgeving

De AI Act geldt niet alleen voor Europese bedrijven, maar ook voor bedrijven die actief zijn op de Europese markt of wier AI-systemen impact hebben op EU-burgers. Deze extraterritoriale reikwijdte komt met name naar voren in de bepalingen over GPAI-modellen, waar overweging 106 van de Act vastlegt dat aanbieders het EU-auteursrecht moeten respecteren "ongeacht het rechtsgebied waarin de training van de modellen plaatsvindt".

Deze aanpak is sterk bekritiseerd door sommige waarnemers, die het zien als een poging van de EU om haar normen op te leggen aan bedrijven die niet op haar grondgebied gevestigd zijn. Volgens critici zou dit een breuk kunnen veroorzaken in het wereldwijde technologische ecosysteem, waarbij bedrijven gedwongen worden om afzonderlijke versies van hun producten voor de Europese markt te ontwikkelen, of om de Europese standaarden voor alle markten toe te passen om extra nalevingskosten te vermijden.

Multinationale technologiebedrijven bevinden zich daarom in een lastig parket: de Europese markt negeren is geen haalbare optie, maar voldoen aan de AI-wet vergt aanzienlijke investeringen en kan de ruimte voor innovatie beperken. Dit effect wordt nog versterkt door het ambitieuze tijdschema voor de implementatie en de onzekerheid over de interpretatie van veel bepalingen.

Het tijdschema voor de implementatie en het regelgevingskader

De AI-wet is op 1 augustus 2024 in werking getreden, maar de uitvoering zal worden gespreid:

  • 2 februari 2025: Inwerkingtreding van het verbod op AI-systemen met onaanvaardbare risico's (zoals overheidsgestuurde social scoring) en van de verplichtingen inzake AI-geletterdheid
  • 2 mei 2025: Deadline voor de afronding van de Gedragscode voor AI-modellen voor algemene doeleinden (GPAI)
  • 2 augustus 2025: Toepassing van de regels voor AI-modellen voor algemene doeleinden, governance en aangemelde autoriteiten
  • 2 augustus 2026: Volledige toepassing van de bepalingen met betrekking tot hoogrisicosystemen en transparantieverplichtingen
  • 2 augustus 2027: Toepassing van de regels voor hoogrisicosystemen die onder de productveiligheidswetgeving vallen

De verordening gaat uit van een risicogebaseerde benadering, waarbij AI-systemen in vier categorieën worden ingedeeld: onaanvaardbaar risico (verboden), hoog risico (onderworpen aan strenge eisen), beperkt risico (met transparantieverplichtingen) en minimaal of geen risico (vrij gebruik). Deze categorisering bepaalt de specifieke verplichtingen voor ontwikkelaars, leveranciers en gebruikers.

De nieuwe transparantiebepalingen: belemmering voor innovatie?

Een van de belangrijkste vernieuwingen van de AI Act betreft de transparantieverplichtingen, die gericht zijn op het aanpakken van het "black box"-karakter van AI-systemen. Deze verplichtingen omvatten:

  • De verplichting voor aanbieders van GPAI-modellen om een "voldoende gedetailleerde samenvatting" van de trainingsdata te publiceren, waardoor controle door auteursrechthouders en andere belanghebbenden wordt vergemakkelijkt
  • De noodzaak voor systemen die met mensen interageren om gebruikers te informeren dat zij communiceren met een AI-systeem
  • De verplichting om door AI gegenereerde of bewerkte content (zoals deepfakes) duidelijk te labelen
  • De implementatie van uitgebreide technische documentatie voor hoogrisicosystemen

Hoewel deze eisen bedoeld zijn om de rechten van burgers te beschermen, kunnen ze een aanzienlijke last leggen op bedrijven, vooral op innovatieve startende bedrijven en KMO's. De noodzaak om ontwikkelingsprocessen, trainingsgegevens en besluitvormingslogica in detail te documenteren kan innovatiecycli vertragen en ontwikkelingskosten verhogen, waardoor Europese bedrijven in het nadeel zijn ten opzichte van concurrenten in andere regio's met minder strenge regelgeving.


Casestudies: ontwijking in de praktijk

Kredietscores en geautomatiseerde besluitvormingsprocessen

De uitspraak in Zaak C-203/22 laat zien hoe bedrijven aanvankelijk weerstand bieden tegen transparantieverplichtingen. De verwerende partij, een telecomaanbieder, betoogde dat het onthullen van de logica achter zijn credit scoring-algoritme bedrijfsgeheimen zou blootleggen en daarmee zijn concurrentievoordeel in gevaar zou brengen6 . Het HvJ-EU verwierp dit standpunt en stelde dat Artikel 22 van de AVG mensen het recht geeft op een uitleg van de "criteria en logica" achter geautomatiseerde besluiten, ook al is die vereenvoudigd6 .

Generatieve AI en het ontwijken van auteursrecht

Volgens het tweeledige systeem van de AI Act valt het merendeel van de generatieve AI-modellen onder Niveau 1, wat naleving van het EU-auteursrecht en samenvattingen van de trainingsdata vereist2 . Om beschuldigingen van auteursrechtinbreuk te vermijden, zijn bedrijven zoals OpenAI overgestapt op synthetische data of content met licentie, maar er blijven hiaten in de documentatie bestaan.

De gevolgen voor het auteursrecht: Europa legt de wet wereldwijd vast

De AI-wet bevat specifieke auteursrechtelijke bepalingen die de regelgevende invloed van de EU tot ver buiten haar grenzen uitbreiden. Leveranciers van GPAI-modellen moeten:

  • Het respecteren van de rechtenvoorbehouden vastgelegd in de Richtlijn digitale interne markt (2019/790)
  • Het verstrekken van een gedetailleerd overzicht van de content die voor de training is gebruikt, waarbij de noodzaak om bedrijfsgeheimen te beschermen wordt afgewogen tegen de noodzaak om auteursrechthouders in staat te stellen hun rechten te doen gelden

Overweging 106 van de AI-wet stelt dat leveranciers het auteursrecht van de EU moeten respecteren, "ongeacht het rechtsgebied waarin de modelopleiding plaatsvindt". Deze extraterritoriale benadering roept vragen op over de verenigbaarheid met de territorialiteitsbeginselen van het auteursrecht en kan leiden tot regelgevingsconflicten met andere rechtsgebieden.

Bedrijfsstrategieën: ontduiking of naleving van het "Brussels Effect"?

Voor wereldwijde technologiebedrijven stelt de AI-wet hen voor een fundamentele strategische keuze: zich aanpassen aan het 'Brussels Effect' en wereldwijd voldoen aan de Europese normen, of een gedifferentieerde aanpak ontwikkelen voor verschillende markten? Er zijn verschillende strategieën naar voren gekomen:

Ontwijkings- en risicobeperkingsstrategieën

  1. Het schild van bedrijfsgeheimen: Veel bedrijven proberen de openbaarmaking te beperken door zich te beroepen op de bescherming van bedrijfsgeheimen krachtens de EU-richtlijn inzake bedrijfsgeheimen. Bedrijven stellen dat gedetailleerde onthullingen van trainingsdata of modelarchitecturen bedrijfseigen informatie zouden blootleggen, waardoor hun concurrentievermogen wordt ondermijnd. Deze benadering verwart de vereiste van de Act voor een samenvatting van de data met volledige openbaarmaking.
  2. Technische complexiteit als verdediging: De intrinsiek complexe aard van moderne AI-systemen biedt nog een andere manier om verplichtingen te verzachten. Bedrijven produceren technisch conforme, maar overmatig lange of vakjargon-doordrenkte samenvattingen die formeel aan de wettelijke vereisten voldoen zonder een zinvolle beoordeling mogelijk te maken. Een samenvatting van de trainingsdata zou bijvoorbeeld brede categorieën van data kunnen opsommen (bijv. "openbaar beschikbare teksten") zonder specifieke bronnen, verhoudingen of methoden te vermelden.
  3. Het achterpoortje van de zelfevaluatie: De wijzigingen in Artikel 6 van de AI Act introduceren een mechanisme voor zelfevaluatie waarmee ontwikkelaars hun systemen kunnen vrijstellen van de hoogrisico-categorisering als zij de risico's als "verwaarloosbaar" beschouwen. Dit achterpoortje geeft bedrijven de eenzijdige bevoegdheid om strenge nalevingsverplichtingen te ontwijken.
  4. Regulatory forum shopping: De AI Act delegeert de handhaving aan nationale marktoezichthouders, wat kan leiden tot verschillen in striktheid en expertise. Sommige bedrijven vestigen hun Europese activiteiten strategisch in lidstaten met een soepelere handhavingsaanpak of minder middelen voor toezicht.

Het "duale model" als antwoord op het Brussel-effect

Enkele grote techbedrijven ontwikkelen een "duaal model" van werken:

  1. "EU-conforme" versies van hun AI-producten met beperkte functionaliteit maar volledig in lijn met de AI Act
  2. Geavanceerdere "wereldwijde" versies beschikbaar in markten met minder strenge regelgeving

Deze aanpak is weliswaar duur, maar maakt het mogelijk om op de Europese markt aanwezig te blijven zonder de wereldwijde innovatie in gevaar te brengen. Deze versnippering kan echter leiden tot een steeds grotere technologiekloof, waarbij Europese gebruikers toegang hebben tot minder geavanceerde technologieën dan gebruikers in andere regio's.

Onzekerheid over regelgeving als obstakel voor Europese innovatie

De Europese AI-wet vormt een keerpunt in de AI-regelgeving, maar de complexiteit en onduidelijke interpretatie ervan zorgen voor een klimaat van onzekerheid dat een negatieve invloed kan hebben op innovatie en investeringen in de sector. Bedrijven staan voor verschillende uitdagingen:

Onzekerheid over regelgeving als bedrijfsrisico

Het veranderende regelgevingslandschap vormt een aanzienlijk risico voor bedrijven. De interpretatie van sleutelbegrippen zoals 'voldoende gedetailleerd overzicht' of de classificatie van systemen met een 'hoog risico' blijft ambigu. Deze onzekerheid kan leiden tot:

  1. Onvoorspelbare nalevingskosten: Bedrijven moeten aanzienlijke middelen aan compliance besteden zonder volledige zekerheid te hebben over de definitieve vereisten.
  2. Voorzichtige marktstrategieën: Regelgevende onzekerheid kan leiden tot conservatievere investeringsbeslissingen en vertragingen in de ontwikkeling van nieuwe technologieën, met name in Europa.
  3. Fragmentatie van de Europese digitale markt: De niet-uniforme interpretatie van de regels tussen de verschillende lidstaten dreigt een regelgevend lappendeken te creëren dat moeilijk te navigeren is voor bedrijven.
  4. Asymmetrische wereldwijde concurrentie: Europese bedrijven zouden kunnen opereren met strengere beperkingen dan concurrenten uit andere regio's, wat hun wereldwijde concurrentievermogen beïnvloedt.


De innovatiekloof en technologische soevereiniteit

Het "Brussels Effect"-debat maakt deel uit van de bredere context van Europese technologische soevereiniteit. De EU bevindt zich in de moeilijke positie dat ze een evenwicht moet vinden tussen de noodzaak om interne innovatie te bevorderen en de noodzaak om technologieën te reguleren die voornamelijk door niet-Europese actoren zijn ontwikkeld.

In 2024 trokken Europese bedrijven slechts 10 procent van de wereldwijde investeringen in AI aan, terwijl de VS en China de sector domineerden dankzij een combinatie van massale publieke en private investeringen, innovatievriendelijk beleid en toegang tot grote gegevens. Europa, met zijn fragmentatie op het gebied van taal, cultuur en regelgeving, heeft moeite om 'technologiekampioenen' te genereren die wereldwijd kunnen concurreren.

Critici beweren dat de op Europese regelgeving gerichte aanpak innovatie verder dreigt te verstikken en investeringen afschrikt, terwijl voorstanders geloven dat het creëren van een betrouwbaar regelgevend kader de ontwikkeling van ethische en veilige 'by design' AI juist kan stimuleren, waardoor een concurrentievoordeel op de lange termijn wordt gecreëerd.

Conclusie: regelgeving zonder innovatie?

Het 'Brusselse effect' van de AI-wet benadrukt een fundamenteel spanningsveld in de Europese benadering van technologie: het vermogen om wereldwijde normen vast te stellen door middel van regelgeving gaat niet gepaard met een overeenkomstig leiderschap op het gebied van technologische innovatie. Deze asymmetrie roept vragen op over de duurzaamheid van deze benadering op de lange termijn.

Als Europa doorgaat met het reguleren van technologieën die het niet ontwikkelt, loopt het het risico in een positie van toenemende technologische afhankelijkheid terecht te komen, waarbij zijn regels steeds minder relevant kunnen worden in een snel evoluerend mondiaal ecosysteem. Bovendien zouden niet-Europese bedrijven zich geleidelijk van de Europese markt kunnen terugtrekken of er beperkte versies van hun producten kunnen aanbieden, waardoor een 'digitaal fort Europa' ontstaat dat steeds meer geïsoleerd raakt van de mondiale vooruitgang.

Aan de andere kant, als de EU erin zou slagen de regelgevende aanpak te balanceren met een effectieve strategie ter bevordering van innovatie, zou zij daadwerkelijk een "derde weg" kunnen definiëren tussen het Amerikaanse kapitalisme en de Chinese staatscontrole, waarbij mensenrechten en democratische waarden centraal staan in de technologische ontwikkeling. Vaste programme, zouden ze in Frankrijk zeggen.

De toekomst van AI in Europa zal niet alleen afhangen van de effectiviteit van de AI-wet bij het beschermen van de grondrechten, maar ook van het vermogen van Europa om regelgeving gepaard te laten gaan met adequate investeringen in innovatie en om het regelgevingskader te vereenvoudigen zodat het minder beklemmend wordt. Anders dreigt Europa in een paradoxale situatie terecht te komen: wereldleider op het gebied van AI-regelgeving, maar marginaal in de ontwikkeling en implementatie ervan.

Referenties en bronnen

  1. Europese Commissie. (2024). "Verordening (EU) 2024/1689 tot vaststelling van geharmoniseerde regels inzake artificiële intelligentie". Publicatieblad van de Europese Unie.
  2. Europees Bureau voor AI. (2025, april). "Voorlopige richtsnoeren over de verplichtingen voor aanbieders van GPAI-modellen". Europese Commissie.
  3. Hof van Justitie van de Europese Unie. (2025, februari). "Arrest in zaak C-203/22 Dun & Bradstreet Austria". HvJEU.
  4. Warso, Z., & Gahntz, M. (2024, december). "How the EU AI Act Can Increase Transparency Around AI Training Data". TechPolicy.Press. https://www.techpolicy.press/how-the-eu-ai-act-can-increase-transparency-around-ai-training-data/
  5. Wachter, S. (2024). "Limitations and Loopholes in the EU AI Act and AI Liability Directives". Yale Journal of Law & Technology, 26(3). european-union-united?utm_source=newsletter.electe.net&utm_medium=newsletter&utm_campaign=regolamentare-cio-che-non-si-crea-l-europa-rischia-l-irrilevanza-tecnologica&_bhlid=973f5bc645c1084942bf2751b6455b723d270fee" target="_blank" id="">https://yjolt.org/limitations-and-loopholes-eu-ai-act-and-ai-liability-directives-what-means-european-union-united
  6. European Digital Rights (EDRi). (2023, september). "EU legislators must close dangerous loophole in AI Act". https://www.amnesty.eu/news/eu-legislators-must-close-dangerous-loophole-in-ai-act/
  7. future of Life Institute. (2025). "AI Act Compliance Checker". https://artificialintelligenceact.eu/assessment/eu-ai-act-compliance-checker/
  8. Dumont, D. (2025, februari). "Understanding the AI Act and its compliance challenges". Help Net Security. https://www.helpnetsecurity.com/2025/02/28/david-dumont-hunton-andrews-kurth-eu-ai-act-compliance/
  9. Guadamuz, A. (2025). "The EU's Artificial Intelligence Act and copyright". The Journal of World Intellectual Property. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/jwip.12330
  10. White & Case LLP. (2024, juli). "Long awaited EU AI Act becomes law after publication in the EU's Official Journal". https://www.whitecase.com/insight-alert/long-awaited-eu-ai-act-becomes-law-after-publication-eus-official-journal

Reacties

Nog geen reacties — start het gesprek.